Brussels wandtapijt, tapisserie

Meer informatie aanvragen
Prijs op aanvraag

Wereldwijde verzending mogelijk

Herkomst
Brussel
Periode
1560
Materiaal
Tapisserie
Signatuur
W. Pannemaker 1560
Afmetingen
275 x 250 cm
Literatuur

E. Roobaert, ‘Artistieke bedrijvigheid in het paleis op de Coudenberg te Brussel bij het bezoek van de koning en koningin van Bohemen in juli 1556’ in: Oud Holland, vol. 123, 2010, pp. 12 - 20.

T. P. Campbell, ‘How Medieval and Renaissance Tapestries Were Made’ in: Heilbrunn Timeline of Art History, New York, The Metropolitan Museum of Art, 2008.

Vragen over dit object?

Kies een van de onderstaande contactmogelijkheden:

Omschrijving

Dit bijzondere geweven wandtapijt heeft een wapen in het midden, met de zeven deugden en verschillende wapenuitrustingen aan de rand. Het tapijt is geweven in het atelier van Willem de Pannemaker, een belangrijke Brusselse tapijtwever, die actief was tussen 1535 en 1578. Pieter de Pannemaker, vader van Willem de Pannemaker, was wever voor het hof van Margaretha van Oostenrijk, en Willem was hofleverancier van diverse tapijten voor de Habsburgse vorsten en hofhouding waaronder Maria van Hongarije, Karel V, Filips II, Margaretha van Parma, de Hertog van Alva en Kardinaal Granvelle. Willem de Pannemaker vervaardigde voor Maria van Hongarije onder andere de bekende en kostbare tapijtenreeks ‘De verovering van Tunis’, over de verovering van de hoofdstad van Tunesië door Karel V, en voor landvoogd Juan de la Cerda de serie ‘De bruiloft van Mercurius’, waarin de mythe van Mercurius en Herse wordt verbeeldt. Deze tapijten werden geweven met de fijnste wol, goud- en zilverdraad en zijde, en zijn erg kostbaar in zowel materiaal en als arbeidskosten.

Centraal in het tapijt staat een wapen met schild en kroon, vermoedelijk van Spaanse afkomst. Op het schild staat een wit kasteel, een boom met vruchten, twee draken en onduidelijke voorstelling met een vallend figuur en een fontein. Boven op de blauwe, met juwelen versierde, kroon staat hetzelfde kasteel als op het schild. Het kasteel is mogelijk een verwijzing naar het koninkrijk Castilië en de (granaatappel)boom naar het koninkrijk Granada. De draken komen voor op verschillende wapens van graven of ridders uit Granada. De rand van het schild is versierd met een vijftal bloemen. Onder het wapen zijn twee horens van overvloed, die vanuit bladranken uitlopen in gedraaide horen met verschillende bloemen en fruit. Achter het schild en de horens is een rode achtergrond versierd met bloemen en ranken, waartussen verschillende dieren, zoals een kikker, slang, vogel, sprinkhaan, vlinder en vogel verstopt zijn. Naast het schild buigen twee olijftakken omhoog. Het middendeel van het tapijt wordt omkaderd door een vierkante bloemenslinger. Om de afwisselend blauwe en witte bloemen slingeren twee linten. In de hoeken zijn vier gouden leeuwenkoppen, met een ring door de neus. Onder het schild staat in de rand het jaartal 1560, met daarnaast twee leeuwenkoppen. In de buitenste rand zijn rondom in medaillons de zeven deugden afgebeeld. Bovenaan staat Caritas, de personificatie van de liefde en de liefdadigheid, afgebeeld als vrouw met drie kinderen om zich heen. In de rechterhoek is Spes, de personificatie van de hoop. Ze houdt haar handen open in een verwachtende houding. Rechts in het midden is de Temperacia, de personificatie van de zelfbeheersing, met in beide handen een kelk met water. In de rechteronderhoek is de Prudencia, de personificatie van de voorzichtigheid, die haar attributen, een spiegel en een slang in haar handen houdt. In de linkeronderhoek is de Fortitudo, de personificatie van de moed, met op haar schouders een zuil, en achter haar een leeuw. Links in het midden is de geblinddoekte Justicia, de personificatie van de rechtvaardigheid, met in haar handen het tweesnijdend zwaard en de weegschaal. In de linkerbovenhoek is Fides, de personificatie van het geloof, met een kruis in haar handen. Tussen de zeven deugden zijn zes wapenuitrustingen, die iedere een ander leger en de bijbehorende wapens verbeelden. Onder de wapens zijn speren, bogen, lansen en morgensterren. Onder aan het tapijt is een veldslag te zien, met aan de ene kant een Europees leger, met ridders te paard, en aan de andere kant het Ottomaanse leger. Tussen de vechtende partijen staan verdedigingswerken en liggen kanonskogels. Beide legers staan op het punt de kanonnen af te vuren. De halve manen op de schilden van de Ottomaanse krijgers komt ook terug in het rechter vaandel in de bovenrand, naast de Caritas. Op het linker vaandel is een zon te zien op een blauwe achtergrond. Naast de vaandels liggen twee wapenuitrustingen op de grond, met speren, pijlen, trom en schild. De wapenuitrustingen en het afgebeelde Ottomaanse leger, in combinatie met het, vermoedelijk, Spaanse wapen kan duiden op de veldslagen in de zestiende eeuw tussen het Spaanse en Ottomaans rijk. De buitenste rand van het kleed bestaat uit eenzelfde bloemenslinger als in het midden, omgeven met linten en met in de hoeken gouden leeuwenkoppen.  

In de late middeleeuwen en de Renaissance waren wandtapijten zowel een praktische vorm van isolatie als een bijzonder en kostbaar decoratief element. De grote afmetingen van de tapijten in combinatie met de verfijnde steken die met de hand gezet werden, zorgden voor ongekend gedetailleerde afbeeldingen. Tapijten werden vaak in sets, tot wel tien tapijten, rondom een thema of verhaal vervaardigd. De rijke koper kon er voor kiezen goud- of zilverdraad of zijde te laten verwerken in de tapijten, wat ze nog kostbaarder maakten. Het vervaardigen van een wandtapijt was een arbeidsintensief proces; het ontwerp van het tapijt werd eerst voorgeschetst aan de hand van een ontwerp of een bestaande tekening en op ware grootte getekend, waarna de gespecialiseerde wevers met de hand het patroon weefden. Een wever weefde in een maand minder dan een vierkante meter van grof tapijt, voor fijn tapijt lag dit ongeveer de helft lager. Een groot tapijt, zoals de tapijten uit de serie van ‘De Verovering van Tunis’, kostte, als er vijf wevers tegelijkertijd aan werkte, minimaal acht maanden.  

Het zwaartepunt vervaardiging van tapijten in de vijftiende en zestiende eeuw lag voornamelijk in de Zuidelijke Nederlanden, met Brussel als centrum. Brussel groeide uit tot middelpunt van de tapijtweverij door een samenloop van omstandigheden, waarbij het Bourgondische hof wat gevestigd was Brussel, erg belangrijk was. Het hof zorgde voor een constante stroom aan opdrachten, waarvoor bekwame wevers nodig waren. Daarnaast had het St. Lukasgilde, waartoe de wevers behoorde, het monopolie op het vervaardigen van figuratieve tapijten. Deze omstandigheden trokken hooggeschoolde wevers aan en zorgde voor de verfijning en doorontwikkeling van de weversambacht. Dit leidde tot buitengewone technische en artistieke prestaties, waarvan de tapijten uit de ateliers van Pieter en Willem de Pannemaker tot de top behoorden.

Legal


Site by Artimin