Palmhouten paneel voorstellende De Heilige Familie met Johannes door Albert Jansz. Vinckenbrinck

Meer informatie aanvragen
Prijs op aanvraag

Wereldwijde verzending mogelijk

Maker
Albert Jansz. Vinckenbrinck
Herkomst
Amsterdam
Periode
Ca. 1645-1664
Materiaal
Palmhout
Afmetingen
15.8 x 12.2 cm
Literatuur

D. Franken, ‘Albert Jansz Vinckenbrinck’, Oud-Holland, V, (1887), pp. 72-92
Th. Lunsingh Scheurleer, ‘Nieuws over den Amsterdamschen beeldhouwer Albert Vinckenbrinck’, Oudheidkundig Jaarboek. Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond 13 (1946), pp. 29-33
‘Sculpture and works of art’, J. Paul Getty Museum Journal volume 18 (1990), pp. 196, 197.
W. Halsema-Kubes, ‘Kleinplastiek van Albert Jansz. Vinckenbrinck’, Bulletin van het Rijksmuseum, XXXIX, 4, (1991), pp. 414-425
M. Eisma, In beeld gebracht. Beeldhouwkunst uit de collectie van het Amsterdams Historisch Museum, Zwolle, 1995, pp. 209-210, nr. 139, pic. XI
M. Eisma, 'Albert Jansz Vinckenbrinck, ontwerper en beeldsnijder', Maandblad Amstelodamum 83 (1996), pp. 33-43
M.J. Bok, 'De Utrechtse verwanten van de beeldsnijder Albert Janszn Vinckenbrinck', Maandblad Amstelodamum 83 (1996), pp. 167-172
J.A.C. Dudok van Heel, 'De werkplaatsen van de beeldsnijder Albert Janszn Vinckenbrinck', Maandblad Amstelodamum 83 (1996), pp. 173-177

Provenance

Een particuliere collectie

Vragen over dit object?

Kies een van de onderstaande contactmogelijkheden:

Omschrijving

Albert Jansz. Vinckenbrinck (1605-1664) is de belangrijkste Hollandse beeldsnijder uit de zeventiende eeuw. Naast monumentaal werk, zoals zijn preekstoel in de Nieuwe Kerk te Amsterdam, heeft hij ook veel kleinplastiek vervaardigd, voornamelijk in palmhout. De kennis hieromtrent is de afgelopen 130 jaar ontstaan.

Toen Daniël Franken in 1887 in de vijfde jaargang van het tijdschrift Oud Holland een nog steeds belangwekkend artikel schreef over Vinckenbrink, kende hij slechts één werk, namelijk de preekstoel in de Nieuwe Kerk te Amsterdam. Desalniettemin vormde dit artikel de basis voor verdere toeschrijvingen aan deze beeldhouwer.

Franken publiceerde in zijn artikel de boedelbeschrijving, opgemaakt in 1665 in het sterfhuis van Albert Jansz. Vinckenbrinck. Uit deze boedelbeschrijving en 18de eeuwse veilingcatalogi met beschrijvingen van werk van Vinckenbrinck  was op te maken dat hij vooral kleinplastiek moest hebben gemaakt. In de loop van 130 jaar zijn veel van deze werkjes opgedoken. Diverse daarvan zijn gesigneerd met een .AL.VB. monogram waarbij A en L en V en B geligeert zijn, dat wil zeggen dat de rechter stam van de A en de stam van de L een zijn net als de rechterstam van de V en de stam van de B. In 1991 publiceerde Willy Halsema Kubes in het Bulletin van het Rijksmuseum een lijst van niet minder dan 14 kleinplastieken van de hand van Vinckenbrinck. 

 

Dit blijkt niet alleen uit de uitgebreide en erg leerzame boedelinventaris die na zijn dood is opgesteld, maar ook uit een klein aantal bewaard gebleven gesigneerde beeldjes en reliëfs. Halsema-Kubes publiceerde veertien eigenhandige werkjes, die allen, op één na, van het monogram ALVB voorzien zijn. 

In de afgelopen 25 jaar zijn nog drie werken opgedoken waarvan één het signatuur AlVb draagt. Van de nu bekende 17 werken zijn er slechts vier in particulier bezit. Nadien is door onderzoek in het maandblad Amstelodamum nog veel meer over het leven leertijd en de geboorteplaats van Vinckenbrinck gepubliceerd. Door het pas zo laat bekend worden van de exacte levensdata van Vinckenbrinck is er nog steeds veel onduidelijkheid over zijn geboorteplaats en jaar. Vrijwel niemand verwijst naar de meest recente publicatie en schrijft over uit oude lexica wat daar staat. Derhalve is het feit dat Vinckenbrinck op 3 april 1605 gedoopt werd in de Nieuwe Kerk, zelden gepubliceerd. De vader van Albert Jansz. was toen woonachtig op de zeedijk. Van beroep was hij kistenmaker. 

Albert Jansz. trouwde in 1626 met Geertruit Diercks uit Utrecht. Dat hij met een Utrechtse vrouw trouwde, duidt er mogelijk op dat hij zijn leertijd daar, deels of misschien geheel, heeft gehad. Door onderzoek te doen naar de verschillende werkplaatsen van Vinckenbrink concludeerde bas Dudok van Heel tenslotte dat hij waarschijnlijk eerst een werkplaats met zijn vader moet hebben gedeeld en later bijna de buurman was van de Amsterdamse burgemeester Joan Huydecoper. Uit dit laatste gegeven trekt Dudok van Heel met aanhaling van diverse opbouwende opmerkingen de conclusie dat Vinckenbrinck zeer waarschijnlijk ook deuren, deurlijsten en andere architectonische ornamenten moet hebben vervaardigd en dat de kleinplastiek van hem slechts bijwerk moet zijn geweest veelal voor eigen vermaak, vooral omdat veel van de nu bekende werken nog in zijn eigen bezit waren bij zijn overlijden.

Dit snijwerk met de heilige familie is ondanks het ontbreken van het vaak zeer minuscule verstopte monogram absoluut van de hand van Vinckenbrink. Het materiaal, de wijze van snijden en de overeenkomsten in details tussen deze plaquette en de gemonogrammeerde plaquettes in bijvoorbeeld het Rijksmuseum bevestigen deze toeschrijving. Met name het kalende hoofd van Jozef vertoont sterke overeenkomsten met Job op de mestvaalt in het Rijksmuseum evenals de wijze waarop de boom en de grond, vol van details, zijn gesneden. 

Opmerkelijk is het onderwerp van de Heilige familie dat Vinckenbrinck meermaals heeft verbeeld. Evenals Job op de mestvaalt waarvan ook diverse varianten bestaan is de compositie steeds ongeveer hetzelfde namelijk een persoon of een groep personen zit onder een boom. Deze compositie van de heilige familie is mogelijk hetzelfde als de rust op de vlucht naar Egypte die in de boedelinventaris na het overlijden van Vinckenbrinck in 1665 is opgenomen. Zekerheid is daarover ook doordat het thema meermaals voorkomt niet te geven.

Eveneens opmerkelijk is de afgesneden rand aan de voet van de voorstelling. Deze en het feit dat de voorstelling aan alle zijden ruimte heeft, doen vermoeden dat het paneeltje ooit in een kunstkabinetje ingelijst heeft gezeten. Mogelijk samen met andere paneeltjes waarvan een ander wel gesigneerd was zodat het niet noodzakelijk was deze ook te voorzien van een monogram.

Dat deze hypothese geenszins uit de lucht gegrepen is blijkt wel uit het kunstkabinet in het J. Paul Getty Museum in Los Angeles. In dit ‘Augsburgse’ kabinet zitten drie gesigneerde reliëfs van Vinckenbrink. De kast is volgens het museum omstreeks 1630-1640 in Augsburg ontstaan.  Toen het Getty het meubel in 1990 van de Franse handelaar Kugel  kocht waren de paneeltjes ondanks het monogram nog niet toegeschreven aan Vinckenbrink. Kugel was niet bekend met deze meester. De sluitende toeschrijving van Willy Halsema-Kubes in haar artikel over Vinckenbrink doet de vraag opwerpen of deze kast dan wel Augsburgs is. Het is natuurlijk mogelijk dat Vinckenbrinck bij leven al zoveel bekendheid en waardering genoot dat zijn werk over de landsgrenzen  in een Augsburgse kast werden gezet. Ook is het heel wel mogelijk dat deze ‘Augsburgse’ kast helemaal niet in deze plaats maar in het zeer internationaal georiënteerde Amsterdam is ontstaan en geheel van  de hand van Vinckenbrinck naar een Augsburgs voorbeeld is vervaardigd. Hoe het ook zij het geeft in ieder geval een inzicht in het doel waarvoor dergelijke paneeltjes werden gebruikt in de zeventiende eeuw. 

De oude labels op de achterzijde van het paneel en de inscriptie doen vermoeden dat het jaren zo niet eeuwen verborgen is geweest in een Engelse collectie. Niet alleen staan er Engelse teksten op de labels voor de titel, maar ook de naam Crawford maakt dat hier gezocht moet worden naar de vroegere herkomst. Helaas is daar ondank onderzoek nog geen sluitend antwoord op gevonden.

Legal


Site by Artimin